Opening expositie Kanteling in de Moving Gallery (Utrecht) met werk van Zaida Oenema, Lenneke van der Goot en Daan Rietbergen, door Esther Didden op 29 augustus 2026.

Dank voor de uitnodiging om hier, als openingsmoment, dieper in te gaan op Kantelingen in het kunstenaarschap.

Vorig jaar oktober begon ik aan een podcast-serie voor het kunstenaarsvakblad BK-informatie. Onder de titel Het kan ook anders ga ik een jaar lang wekelijks in gesprek met een kunstenaar over een kantelpunt in het werk. Afgelopen week is aflevering 48 online gegaan. Het einde is in zicht. De serie heeft veel meer losgemaakt dan ik van tevoren had kunnen bedenken. Kantelpunten, scharniermomenten, radicaal breken met het voorgaande… het leeft bij kunstenaars.

Voor het ontwikkelen van de podcastserie ben ik te rade gegaan bij de Duitse filosoof Hannah Arendt. In 1958 schreef zij het boek The Human Condition. Een van de kenmerken van een mens is dat die altijd bezig is nieuwe dingen te doen. Ze noemt dat het principe van nataliteit: iets geboren laten worden. Met andere woorden, iets laten ontstaan of iets maken. Ze bedoelt in de ruimste zin van het woord. Het nieuwe is vrijwel altijd spannend, het geeft onzekerheid maar tegelijkertijd is ‘iets beginnen’ ook heel erg wie we als mens zijn. De mens begint graag iets. Dat kan een galerie zijn zoals Arnoud mij vertelde, maar ook een trui breien, of een vriendschap.

Als het gaat over nataliteit nemen kunstenaars een bijzondere positie in zegt Hannah Arendt. Ze geeft daarvoor 3 redenen.

  1. Het maken van kunst speelt zich volgens haar af in het overgangsgebied tussen het particuliere en het openbare. Ze bedoelt daarmee dat kunst haar wortels heeft in het particuliere leven van de kunstenaar maar dat kunst haar bijzondere waarde ontleent aan het feit dat ze dit particuliere weet te overstijgen.
  2. Er is nog iets anders bijzonder aan het karakter van kunst. Heel veel kunst overleeft de maker. Kunst heeft een geheel eigen tijdelijkheid die vaak langer is dan die van een mensenleven.
  3. Kunst brengt iets ongeziens in de wereld. Het is belangrijk dit nauwkeurig te formuleren. Het gaat niet om een nieuw object, zoals een schilderij of sculptuur. Nee, ze bedoelt het ongeziene, de unieke blik van de kunstenaar op de alledaagse werkelijkheid. En vervolgens is het ongeziene voor iedereen die naar het kunstwerk kijkt anders. Het ongeziene kent meerdere werkelijkheden.

Okay, Hannah Arendt schreef dit bijna 70 jaar geleden. Is het nog relevant of zo je wilt, is het waar? Na een jaar onderzoek naar kantelpunten bij kunstenaars wil ik toch een heel eind met haar mee gaan. Kunstenaars zijn in staat om een nieuw begin te maken, omdat ze hun leven en/of hun werk tegen het licht houden en besluiten dat het roer om moet en er een nieuwe weg moet worden ingeslagen. Of omdat door een mislukking dan wel tegenslag er onverwachte nieuwe mogelijkheden ontstonden en de kunstenaar niet anders kon dan dat verder onderzoeken vanuit een verlangen om waarachtig te zijn.

Hoe wezenlijk het vermogen om te beginnen voor mensen ook is zoals Arendt beweert, toch is alle begin moeilijk. Beginnen boezemt angst in, omdat je de uitkomst nu eenmaal niet van tevoren kunt voorspellen. Omdat je vaak eerst in chaos belandt voordat er duidelijkheid is. Hoe beloftevol een nieuwe koers, plan, project of idee ook lijkt, je weet niet of het werkelijk aan je verwachtingen gaat voldoen of hopeloos faalt. Elk nieuw begin vraagt om het loslaten van zekerheden, inzichten en meningen, en daar is behalve moed en inspiratie ook geduld en vertrouwen voor nodig.

Maar na 48 afleveringen zijn er meer dingen waar ik achter kwam. Kunstenaar zijn is het beroep van de tegenstellingen. Ik noem er een paar.

Enerzijds moet je weten wat je aan het doen bent en anderzijds moet je loslaten om toeval toe te laten. Serendipiteit. Je moet weten wat je aan het doen bent om de waarde van het toevallige in te zien. Dit geldt trouwens voor al het maken. Je moet kunnen meebewegen met wat je in beweging hebt gezet. Dat gold ook voor mij met de podcast. Kunstenaars kunnen heftige dingen meemaken zoals een verkeersongeluk waardoor ze nog maar enkele uren per dag kunnen werken, of ze verliezen een dierbare, of ze zijn chronisch ziek, of om een heel concreet voorbeeld te noemen: ze ontdekken dat voorouders betrokken waren bij de VOC. Die gebeurtenissen hebben hen aan het denken gezet en daardoor heeft het invloed op het werk. Ze voelen dat ze er iets mee moeten, en gaan vervolgens denken met hun handen.

Nu moeten we niet in de valkuil trappen dat het maken van kunst therapeutisch is. Dat kan het zijn maar dan gaat het meestal om het repetitieve karakter van de handeling. Het uitsnijden van kleine stukje, het zetten van een steek, het aanbrengen van duizenden pixels.

Nog een tegenstelling.
Authenticiteit, kunstenaars willen iets maken dat dicht bij henzelf ligt. Maar dan moet je wel weten wie je bent. Een mens is een veranderlijk wezen. Daarnaast zijn er, meestal onbewust, talloze indoctrinaties. Dat begint al op de kunstacademie. Van kunstenaars die in de jaren ‘80 en ‘90 geschoold zijn hoorde ik dat vrijwel alle docenten op de academie mannen waren. Als een vrouwelijke student met kleurrijke stoffen wilde werken of roze in haar schilderij verwerkte, dan werd ze meewarig aangekeken en volgde slechte beoordelingen.

De kunstwereld zit vol voor het oog onzichtbare regels die doorwerken in het opzetten van een kunstenaarspraktijk. Als kunstenaar moet je jezelf er eerst op betrappen dat je ergens nog steeds die regels hebt, voordat je er afstand van kan doen. Pas dan kan je toekomen aan het maken van kunst die dicht bij jezelf ligt. En het gekke is, de zogenoemde succesvolle kunstenaars maken werk dat dicht bij hen zelf ligt, maar het maken van werk dat dicht bij jezelf ligt is geen garantie voor succes.

Nog een tegenstelling.
Een kunstenaar werkt vaak alleen in het atelier, daar vindt het maken plaats. Een oordeelloze ruimte noemden sommige kunstenaars in de podcast hun atelier. Hoe ze zich ook voelden, in de beslotenheid van het atelier was het veilig. Daar mag het werk niet goed genoeg zijn, weggegooid worden, opnieuw worden begonnen, gehuild worden, geschreeuwd worden, gedanst worden. In het atelier mag je klein zijn, zoekend zijn, twijfelen, ongeduldig zijn. Daarbuiten is het zogenoemde kunstdiscours. Dat zijn de subsidierondes, dat zijn open calls, de debatten en symposia, de recensies. Dat kunstdiscours is nog veel te vaak vooral toegankelijk voor kunstenaars die fysiek en mentaal in orde zijn. Impliciet geldt in het kunstdiscours het ideaal van de gezonde kunstenaar. Iemand die naast goed kan maken, goed kan schrijven, kan vertellen, voldoende energie heeft om te reizen, en kan presteren onder druk.

Terwijl, het ‘anders zijn’ kan soms ook een bron van kracht zijn. Kunstenaars die leven met lichamelijke of mentale uitdagingen ontwikkelen vaak een alternatieve aanpak en dit kan juist leiden tot een originele en rijke praktijk. Daar kan het kunstdiscours nog een voorbeeld aan nemen, deze is toch nog vaak traditioneel ingericht.

Nu we dit weten, wat betekent dat dan voor ons, de toeschouwer, degene die naar kunst kijkt zoals hier vandaag in de galerie. Deze kunstwerken hebben het atelier verlaten. We zien kunstwerken die het strenge oordeel van de maker hebben doorstaan, want niemand is zo kritisch als de maker zelf. En zoals het uitstekend verwoord stond in de uitnodiging voor deze opening: een kunstenaarspraktijk staat nooit stil. Soms gaat de ontwikkeling geleidelijk, soms kiest een kunstenaar ineens een richting die duidelijk afwijkt van wat eraan voorafging. Dat kan gebeuren vanuit een innerlijke noodzaak of naar aanleiding van een gebeurtenis.

Maar altijd is het een zoektocht naar het opnieuw vinden van vrijheid. Niet vast zitten aan verwachtingen, kunst maken mag nooit en te nimmer een trucje worden. Dan komen we weer terug bij Hannah Arendt.

Vrijheid is voor haar iets actiefs. Vrijheid is een scheppend vermogen. Kunst is intrinsiek vrij, het is in de wereld alleen maar om te bestaan als kunstwerk. Het hoeft niet iets anders te zijn dan dat. Natuurlijk, kunst wordt als het eenmaal in de wereld is ook handelswaar maar die vrije oorsprong van kunstwerk zijn verliest het niet. Een kunstwerk kan troosten, kan blijdschap geven maar dat zijn allemaal toekenningen vanuit de toeschouwer richting het kunstwerk.

Het kunstwerk bestaat. Punt. Een grotere vrijheid is niet denkbaar.

Kunst overstijgt generaties. Kunst houdt zich niet bezig met tijd. Of het kunstwerk nu past bij de huidige tijdgeest of pas over 100 jaar gewaardeerd wordt of misschien wel nooit, ook dat zijn toekenningen van toeschouwers. Het kunstwerk bestaat en hoeft niets anders te doen dan te bestaan.

Laten we ons vandaag, als toeschouwers bewust zijn van de ultieme vrijheid van de kunst. Ze bestaat. De kunstwerken zijn gekozen, opgesteld voor ons om ze te bekijken. Bedenk, ooit waren deze kunstwerken er niet. Ze zijn gemaakt en brengen iets ongeziens in de wereld en er is niet één juiste zienswijze om de kunst te begrijpen, te voelen of te interpreteren.

Vandaag is er werk te zien dat gekanteld is. Is het nodig om te weten wat de kunstenaar eerder maakte of wat die kanteling veroorzaakt heeft. Nee, die kennis is niet nodig om naar het kunstwerk te kijken. De titel van deze expositie Kanteling laat ons vooral beseffen dat er een maker is, en dat deze kunstwerken vanuit het particuliere nu in de openbaarheid zijn gekomen. Ze zijn geboren, ze bestaan en wij mogen kijken.